Etappe 2

Tweelingbroers

‘De klant, niet de provisie!’

Etappe 2 Rotterdam-Rotterdam | 2 december 2020
Start Prins Pieter Christiaanstraat 61, Rotterdam | Van Steensel Assurantiën
Finishplaats Rodenburgstraat 19-21, Rotterdam | Chris Borgdorff
Etappewinnaar Chris Borgdorff

Al noopt zijn gezondheidstoestand hem ertoe te fluisteren, toch vóel je het krachtige uitroepteken als Chris Borgdorff zijn hoofd omhoog richt, ons vol vuur aankijkt en zegt: ‘het draait om de klant, niet om de provisie!’

Het was het antwoord op de vraag wat het assurantievak zo mooi maakt. Nee. De vraag ging dieper. De vraag luidde wat Chris Borgdorff Assurantiën nu precies onderscheidde van zijn vakgenoten. Daarmee gaf hij impliciet antwoord op de vraag die later in het gesprek aan bod zou komen, namelijk waarom hij zijn portefeuille aan Kees van Steensel toevertrouwde op het moment dat hij en zijn vrouw Rinske hadden besloten om afstand van de zaak te doen om meer van het leven te kunnen genieten. Het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een man die bezeten is van het vak, een man die op 16 oktober 1949 aan de Parallelstraat in Rotterdam-Overschie als zoon en kleinzoon van een assuradeursfamilie het levenslicht zag. Zodra de naam Overschie valt, verschijnt er een brede glimlach op het gezicht van Chris Borgdorff die mijn herkomst, zijnde Rotterdam-IJsselmonde, innemend (namelijk met een wuivend handgebaar) weglacht.

‘Het oorspronkelijk onafhankelijke dorp Overschie is gesticht in 929 en is daarmee het oudste stadsdeel van Rotterdam’, klinkt het broos maar fier uit de mond van Chris Borgdorff die vol eerbied spreekt over zijn familiaire wortels en over zijn Overschie dat in 1941 werd geannexeerd door grote broer Rotterdam:

‘Als je hier links de straat uitloopt en dan de eerste straat rechts neemt, kom je uit op de Burgemeester Bosstraat. In de muur herinnert een ingemetselde herdenkingstegel nog aan het wethouderschap van mijn opa, Pieter Borgdorff.’

Met de vermaarde grootvader Pieter (volgens de overlevering omschreven als de man met de baard, woonachtig aan het Oranjeplein), begon 92 jaar geleden het wonderlijke avontuur in assurantieland voor de familie Borgdorff.  

‘In 1928 sloot mijn opa zijn eerste inboedelverzekering af. Dat was voor de hoefsmederij op de Willem de Zwijgerstraat. De verzekeringspremies inde hij letterlijk deur aan deur, zo vertelde mijn vader mij. Mijn vader werkte vanaf 1934 voor zíjn vader. Toen was mijn vader dertien jaar.’

Chris knikt met zijn hoofd richting de Willem de Zwijgerstraat, de straat waar een vuilnisauto zo-even nog minutenlang mijn doorgang blokkeerde. Het geeft het dorpse karakter van Overschie aan. Mijn excuses voor de kleine vertraging werden echter resoluut weggewuifd door Rinske Borgdorff, de echtgenote van Chris:

‘Geeft niets. Iedereen is maar druk-druk-druk tegenwoordig. Nergens voor nodig.’ 

Op haar beurt excuseerde zij zich voor de rommel in het voorportaal van het kantoorpand, de voormalige kapperszaak van Bas van Vliet (zo zullen vele oudere bewoners van Overschie zich nog herinneren) aan de Rodenburgstraat 19-21:

‘Morgen worden de rolstoelliften eindelijk aangelegd voor Chris, de onderdelen hebben ze vanochtend allemaal gebracht.


Dat werd echt tijd…’, verzuchtte zij zojuist bij binnenkomst. Bij haar man Chris werd amper een halfjaar geleden de ziekte ALS (Amyotrofisc­he Laterale Sclerose, een progressieve zenuw- annex spierziekte) geconstateerd en sindsdien gaat het hard achteruit:

‘Op Hemelvaartsdag dit jaar viel ik om. Ik kwam pas bij in de ambulance. 

In het Sint Franciscus kon men niets vinden. In het Erasmus wel. ALS dus.’

Bij de pakken neerzitten doen Rinske en Chris sindsdien allerminst. In een soort freestyle ijsdans baanden zij zich zo-even een weg tussen de stoelen, tafels en langs de dozen en rollen vol apparatuur en onderdelen voor de rolstoelliften. Chris rustte zijn handen op de schouders van zijn charmant wiegende vrouw die deze mini-polonaise voorzag van een frivool dansje. ‘Ja hoor, we blijven lachen en we blijven ons ding doen…. het is zoals het is’, klonk het dapper uit de mond van Rinske die haar wieg in Friesland wist:

‘Met mijn eerste man heb ik een tijd in Afrika gewoond. Bij terugkeer in Nederland bleken zijn zakelijke ambities niet te stroken met de mijne. In 1995 leerde ik Chris kennen. We trouwden in 1998 en ik werd bovendien zijn collega. Chris is niet de makkelijkste om mee te werken. Een workaholic. Echt bezeten van zijn vak, van zijn bedrijf, van zijn klanten. Hij is heel goed voor mensen, hij wil echt iedereen helpen. Maar hij is ook ontzettend eigenwijs, haast op het autistische af, echt waar. Het moet precíes gaan hoe hij het wil. Daarom had hij –voor mij– geen ondersteunend personeel. Maar ik geef hem wel tegengas hoor hahaha. Nu nóg ja, want hij is niet zielig.’

En zielig komt Chris inderdaad niet over. Al weigert zijn lichaam dienst, zijn brein werkt nog volop waardoor zijn herinneringen intact zijn. Ja zijn stem is fragiel, maar zijn ogen spreken voor zich, en diezelfde ogen nemen ons mee naar 1946, het jaar dat zijn vader Toon zijn eigen assurantiekantoor begon:

‘In 1957 overleed mijn opa Pieter en toen is zijn portefeuille overgegaan naar mijn vader. Mijn ouders kregen acht zoons (”ze wilden graag een meisje”) waarvan er vijf in het assurantievak zijn terechtgekomen. In 1968 rolde ik het vak in. Ik kwam van de HBS en wilde studeren. Maar een valpartij van mijn vader gooide roet in het eten: een gecompliceerde beenbreuk hield hem negen maanden in bed. Als oudste zoon, ik was achttien jaar, moest ik hem natuurlijk vervangen. Het was een eenmanszaak.’

Er wordt Chris niets gevraagd, hij wordt simpelweg geacht het werk van zijn vader over te nemen, ongeacht zijn jonge leeftijd. Het kwam nooit in hem op om zijn eigen dromen na te streven. Beslist niet, knikt hij met een oogopslag die continue bivakkeert tussen vriendelijkheid en vastberadenheid. 

‘Je nam de verantwoordelijkheid voor het gezin, waaronder je zeven jongere broers. Dat verdient alle respect Chris…’, zegt Kees die zich voor het eerst in het gesprek mengt. De stilte die valt, biedt ruimte voor eerbied die Chris Borgdorff ten volle toekomt. Ga er maar aan staan, op zó’n jonge leeftijd je jeugddromen inruilen voor de verantwoordelijkheid voor het gezin.

‘In 1975 werd ik mede-eigenaar…’, vervolgt Chris onverstoorbaar, ‘… en in 1979 overleed mijn vader.
En zo is het feitelijk allemaal ontstaan.’

En daar is ie weer, die glimlach die trots en waardigheid weerspiegelt. Waardigheid is immuun voor ALS, en de waardigheid van Chris Borgdorff gaat gepaard met een plezierige vorm van eigengereidheid. Val hem en Rinske dan ook niet lastig met de inhoudsloze hedendaagse potpourri die gebraakt wordt door radiostations – hun huiskamer wordt gevuld met de warme klassieke muziek van Jean Sibelius en Edvard Grieg. Als je bekend bent met de Ballade Opus 24 van Grieg, heb je helemaal geen televisie nodig. Chris en Rinske leven het leven op hun manier en wensen dat ook in de toekomst, zo goed en kwaad als het kan, voort te zetten. Het vioolconcert van Sibelius weet zich immers evengoed aan de omstandigheden aan te passen als Chris en Rinske dat doen. ‘Ik wilde meer van het leven gaan genieten met Rinske. Ik voelde dat ik daaraan toe was. Kees en ik kennen elkaar al een paar jaar. Onze bedrijven zijn, als echte familiebedrijven, bekende kantoren in de regio. Ik had zo links en rechts wat gesprekken gevoerd met wat mensen maar het gevoel ontbrak. Het was Edwin Bosma van BHB Dullemond die Kees tipte als dé partner om onze portefeuille over te nemen.’

‘Dat klopt’, vult Kees aan, ‘sinds maart 2019 ben ik in gesprek met Chris en Rinske. Chris is een echt een begrip in assurantieland. Ik bedoel, lid van verdienste van de Adfiz (de branchevereniging van onafhankelijk financieel adviseurs) namens de regio Rotterdam word je natuurlijk niet zomaar. Het was een eer dat zijn keuze op mij viel.’ 

‘Kees sprak mij al meteen heel goed aan…’, zegt Chris die zijn hoofd naar links wendt om Kees aan te kijken, ‘…
toen hij ons kantoor verliet, zei Rinske “hij werkt precies hetzelfde als jij Chris… het lijkt wel je tweelingbroer…”,
en ze had gelijk. Want dat weet Kees ook… het moet allemaal om de klant draaien, niet om de provisie…’

‘Dank je wel Chris… wat mooi om te horen’, zegt Kees die de overname op 15 januari 2020 officieel beklonken zag.


Beide partijen weten dan nog niet welk onheil Chris vijf maanden later, op Hemelvaartsdag, zal treffen. 

Ruim baan voor kippenvel. In de gevallen stilte heft Chris zijn hand om de aandacht te vragen waarmee hij een volgende korte stilte inluidt.


We zwijgen en hangen aan Chris’ lippen als hij met een boterzachte lach op fluistertoon laat weten:

‘Mooi dat idee van die 60 Etappes Kees. We zijn dan wel tweelingbroers, ik heb alleen geen racefiets…’

Ons gelach moet tot ver buiten zijn Overschie te horen zijn geweest.