Etappe 3

De koers van Henk Kok

‘Je kunt de richting van de wind niet veranderen, wel de stand van je zeilen…’

Etappe 3 Rotterdam-Rotterdam | 17 december 2020
Start Prins Pieter Christiaanstraat 61, Rotterdam | Van Steensel Assurantiën
Finishplaats Sydneystraat 72, Rotterdam | Kok Waterport
Etappewinnaar Henk Kok

Een paradijs voor iedere watersporter. Zo omschrijft Kok Watersport zichzelf op de eigen website. 

Nee deze uitspraak heeft niets van doen met de welbekende “wij van WC eend” slogan, want één wandeling langs alle schappen van Kok Watersport, met 2.000 m2 behorend tot de top 3 van Nederland, aan de Sydneystraat 72 op industriegebied Spaanse Polder leert de bezoeker dat hij/zij zich daadwerkelijk in het watersportparadijs waant.

Het wonderlijke verhaal van Kok Watersport begint in 1974 als grondlegger Frans Kok, vader van de huidige directeur/eigenaar Henk, beseft dat hij niet geknipt is voor het docentenvak. Zoon Henk hierover:

‘Dat was geen gelukkige keuze nee. Van de klas maakte hij een soort militaire academie hahaha. Hij was heel streng en veel te rechtlijnig om als docent carrière te maken. Privé was hij al zeiler dus besloot hij bij Elferink, een bescheiden watersportwinkeltje, te gaan werken. Al snel kreeg hij er jeuk. Hij wist zeker dat hij het zelf beter kon. En zodoende begon hij in 1974 met mijn moeder KOK Watersport aan de Bergweg. De buren waren onder meer DAKA Sport en Van Steensel Assurantiën.’

In de overzichtelijke jaren zeventig is het in het Oude Noorden niet meer dan logisch dat Frans Kok contact zoekt met Cor van Steensel inzake het verzekeringspakket. Hun beider rechtlijnigheid en eigenzinnigheid zit een langdurige relatie niet in de weg en zodoende treffen hun zonen Henk en Kees elkaar 46 jaar later in het paradijs voor de watersporter.

‘Ik ben van 1970 dus ik heb weinig herinneringen aan die begintijd. Ik weet nog dat we zo’n ouwe Regenboog hadden. Jaren daarna volgden nog vele boten. Daar kwam nog een traumatische ervaring bíj (“stelde niet veel voor hoor, de boot liep vast, we maakten water en mijn moeder moest met twee kinderen van boord af”). Het zorgde ervoor dat mijn moeder angst kreeg om nog te varen.’

Ook Kees, zelf een fervent zeiler, kent dit fenomeen en vertelt over de angstige momenten die hij met zijn gezin beleefde op de woelige wateren van Denemarken. Sindsdien zijn Kees’ kinderen zeil-af. Al met al bleek voor de familie Kok dat de combinatie van zelf zeilen en het runnen van een winkel lastig. Iedere keer kwamen er zeilers naar vader Frans toe. “Frans, kan je hier effe naar kijken. Frans, kan je dat en dat meenemen…” het was geen doen.’

‘Bovendien kost zeilen veel geld. In 1985 verhuisden we van de Bergweg naar de Straatweg. De inventaris van de winkel en de spectaculaire moderne inrichting van de winkel en van de woning erbóven door een architect waren natuurlijk serieuze investeringen.’

Henk komt niets aan moederliefde tekort. Hij omschrijft zijn alter ego tijdens zijn puberjaren als het stereotype “yuppie”. Hij tennist, skiet en zeilt:

‘Je ging van een Optimist naar een Lazer, naar een Keltje. Na het VWO heb ik geen specifieke opleiding gehad. Ik ben in het vak gerold. In 1987 overleed een vriend van me, dat hakte erin. En ik kreeg toxoplasmose, een ziekte die zo’n anderhalf jaar geduurd heeft. Ik bleek eigenlijk helemaal geen studententype te zijn. Op last van mijn ouders ging ik naar het Luzac College om mijn laatste twee jaar VWO in één jaar af te ronden. Dat resulteerde uiteindelijk in een paar deelcertificaten. Ik had echt nergens meer zin in. “Dan maar werken”, dacht ik. Zo is het balletje gaan rollen.’

Henk doet alle klusjes in de winkel waar zijn vader een hekel aan heeft, zo laat hij nu royaal lachend weten. Als Manusje van Alles pakt hij in en uit, ontvangt hij klanten, doet de verkoop, verricht installatiewerk en vindt hij zichzelf, al kijkend en luisterend, uit als autodidact. Hij werkt vooral klantgerichter dan zijn vader en ook Kees omschrijft Henk als toegankelijker dan vader Frans.

‘Ik heb respect voor mijn vader en moeder. Hoe zíj in die tijd de zaak zijn begonnen…ik had het nooit gekund. Uit goedbedoelde zuinigheid deden zij vrijwel alles zelf. Ik delegeer en leg daarmee een stuk vertrouwen en verantwoordelijkheid bij mijn mensen neer. Mijn ouders waren echt doeners. Ik ben meer een denker. Een denkende doener.’

Frans denkt meer op artikelniveau, Henk kijkt meer naar de relatie tot de leverancier en het proces. 

In de vestiging aan de Straatweg verschillen vader en zoon qua toekomststrategie van mening. Frans geniet van de prachtige woonhuis boven de winkel, Henk heeft echter serieuze groeiplannen met de winkel en de ruimte aan de Straatweg is beperkt. Bovendien klagen de buren van de drukte die het succes met zich meebrengt. De spanningen lopen zo ver op dat het Henk doet besluiten om de winkel de rug toe te keren. Een terugkeer korte tijd later koppelt de dan 30 jarige Henk, we schrijven 2000, aan de noodzakelijke verhuizing naar de huidige locatie aan de Sydneystraat en zo geschiedde.

Henk creëert letterlijk tijd en ruimte voor een nieuwe koers. Op de Spaanse Polder kiest hij voor bereikbaarheid en optimalisering van de voorraden. Automatisering moet aan de basis moet staan van de webshop van Kok Watersport. De webshop zal een sleutelrol moeten gaan spelen náást de fysieke winkel. Door concullega’s wordt de revolutionair denkende Henk voor gek verklaard en ook vader Frans heeft er een hard hoofd in. Maar Henk wil de spreekwoordelijke boot niet missen en voelt de tijdgeest haarfijn aan. Zijn introverte (hij noemt het zelf afstandelijke) karakter stelt hem in staat als een manager met een helicopterview analytisch te denken. Daar staat tegenover dat hij niet erg bedreven is in het sluiten van compromissen (“ik moet ervoor waken te Rotterdams te handelen”). 

Wat is dan de basis van het huidige succes? Hoe kan het bestaan dat zoveel talenten zich in één man verenigen op technisch, financieel, bedrijfsmanagement-, IT- en technisch vlak, zonder ook maar één specifiek diploma op zak te hebben? Rotterdamser dan Henks antwoord kan het niet klinken:

‘Gewoon hard werken joh.’

Benieuwd zijn Kees en ik of vader Frans eigenlijk ooit toegegeven dat zijn zoon een juiste keuze had gemaakt?

‘Mooi verhaal. Het volgende gebeurde. Met een extern aangetrokken IT-student bracht ik alle bedrijfsprocessen in kaart. Maar de test verliep desastreus, dus mijn vader was er als de kippen bij om mij te wijzen op mijn ongelijk. Toen zijn we alles gaan herzien. We hadden een fout gemaakt in het voorraadbeheer, schreven een nieuw algoritme uit en toen lukte het. Eindelijk kwam het hoge woord er schoorvoetend uit bij mijn vader. “Het werkt best redelijk”, zo verwoordde hij het letterlijk hahaha.’

Ook Cor van Steensel stond niet te boek als complimenteus. 46 Jaar later werken Henk en Kees nog altijd nauw samen. Henk omschrijft Kees’ organisatie als een warm bad, Kees neemt de complimenten glunderend in ontvangst. Beide zonen zijn stilzwijgend dankbaar dat de huidige tijd het toestaat dat wederzijds respect gewoon geuit mag worden.

Dan wordt het tijd om het gesprek over een andere boeg te gooien. Het roer moet om! 

Want, met alle respect, praten over de ontwikkeling van de fysieke winkel én de webshop is leuk, de invloed van de coronacrisis onvermijdelijk, de grootte van het huidige watersportparadijs beslist interessant, maar praten over de watersport zélf laat toch het avontuurlijke piratenhart van iedere watersporter sneller kloppen. 

Wat is toch de charme van de watersport? De ogen van Henk en Kees glimmen eendrachtig als zij elkaar als kinderen om beurten aanvullen: 

Henk: ‘Voor de een betekent het lekker buiten bezig zijn met een kwastje en een blikje thinner.’

Kees: ‘Voor de ander is het je wedstrijdboot te water laten.’

Henk: ‘Je hebt wedstrijdzeilers, plezierzeilers, speedbootvaarders, motorbootvaarders… ze gooien een hengeltje uit, ze zwemmen, duiken, rusten uit, picknicken…’

Kees (meer en meer als kapitein Haddock): ‘Ik ben langs de Rotte opgegroeid. Ik weet niet beter.’

Henk (meer en meer als Popeye): ‘Vroeger noemden ze polyester bootjes Tupperwear-bootjes. Het moest van staal zijn, anders telde je niet mee.’

Kapitein Haddock: ‘Klopt. We deden ooit mee aan een 24 Uurs Zeilrace in Mijnsheerenland. Riepen we tegen een schip van zeeverkenners Bakboord! Weet je wat ze terugriepen? Staal! Hahaha…’

Popeye: ‘Ik heb nog gezeild met een maatje van Spanje naar Amerika.’

In de rol van de watertandende Ketelbinkie vraag ik de waterratten om de passie voor watersport niet anekdotisch maar in één zin te omschrijven. 

Popeye en Kapitein Haddock keken elkaar met een oever-brede glimlach aan toen zij vrijwel gelijktijdig vaststelden:

‘Het is de vrijheid, dát is de ultieme magie van het water.’